Alles over EPB: regels voor nieuwbouw en renovatie
De EPB-regelgeving bepaalt hoe energiezuinig en comfortabel gebouwen moeten zijn bij nieuwbouw of renovatie. Van isolatie- en ventilatie-eisen tot E-peil-berekening en EPB-aangifte: dit artikel geeft een actueel overzicht van de regels in België (vooral Vlaanderen) voor 2026.
Wat is EPB?
Energieprestatie en Binnenklimaat
EPB staat voor "Energieprestatie en Binnenklimaat". Het is de Vlaamse energieprestatieregelgeving waarop elke bouwaanvraag of -melding met een stedenbouwkundige vergunning betrekking heeft. Er zijn verschillende eisen naargelang de aard van het gebouw (winkel, woning, sporthal …) en de aard van de werken.
Het doel is energiezuinige, comfortabele gebouwen realiseren met een gezond binnenklimaat en laag energieverbruik. De EPB-eisen hebben betrekking op thermische isolatie, ventilatie, installaties en het energieverbruik van woningen. De mate waarin een woning aan die eisen voldoet, wordt vastgelegd en aangetoond in de EPB-aangifte.
Conform de BEN-norm
Nieuwbouwwoningen in Vlaanderen moeten vandaag voldoen aan de BEN-norm (Bijna-EnergieNeutraal), het niveau dat via de EPB-eisen voor nieuwbouw wordt afgedwongen. Dat betekent dat nieuwe woningen zeer energiezuinig moeten zijn, met een laag E-peil, een goed geïsoleerde bouwschil en een verplicht aandeel hernieuwbare energie.
De EPB-aangifte
Voor elke nieuwbouwwoning, totaalrenovatie of ingrijpende energetische renovatie die EPB-plichtig is (dus waarvoor een omgevingsvergunning of melding nodig is), is een EPB-aangifte dus verplicht. Ook bijbouwen en uitbreidingen kunnen EPB-plichtig zijn als ze aan de gebouwschil raken of impact hebben op energieprestatie.
Een EPB-aangifte is een officieel verslag dat na de bouw of renovatie van een woning wordt ingediend om aan te tonen dat de woning voldoet aan de EPB-eisen. Ze bevat de berekende energieprestatie (zoals het E-peil) en wordt opgesteld en ingediend door een erkende EPB-verslaggever.
Verschil met EPC
EPB is een proces- en regelgevingskader dat verplicht wordt toegepast tijdens bouwen of renoveren. Het EPC (energieprestatiecertificaat) is een certificaat dat bij verkoop of verhuur van een bestaande woning verplicht kan zijn. EPC én EPB noemen dus wel dezelfde kernprincipes rond energieprestatie, maar dienen verschillende doelen en momenten in de levenscyclus van een gebouw.

Wat zijn de EPB-eisen?
Belangrijke indicatoren
De EPB-regelgeving bevat normen voor diverse aspecten: thermische isolatie (S-peil en U-waarden), energieprestatie (E-peil), ventilatie, hernieuwbare energie en installaties.
E-peil (energieprestatie)
Het E-peil is een van de belangrijkste indicatoren binnen de EPB-regelgeving in Vlaanderen. Het geeft met een cijfer weer hoe energiezuinig een gebouw is in vergelijking met een referentiewoning. Hoe lager het E-peil, hoe beter de energieprestatie en hoe minder energie de woning nodig heeft voor verwarming, warm water, ventilatie en eventueel koeling.
De berekening van het E-peil houdt rekening met verschillende factoren: de kwaliteit van de isolatie en luchtdichtheid van de woning (ook rekening houdend met de uitvoering van bouwknopen), het rendement van technische installaties zoals verwarmingssystemen en warmtepompen, en de aanwezigheid van hernieuwbare energie zoals zonnepanelen of zonneboilers.
Het E-peil is dus een totaalscore die aangeeft hoe efficiënt een woning omgaat met energie, en het speelt een belangrijke rol bij de wettelijke EPB-eisen voor nieuwbouw en ingrijpende renovaties.
S-peil (thermische isolatie)
Naast het E-peil is ook het S-peil een cruciale maatstaf. Het S-peil of schilpeil beoordeelt hoe goed de bouwschil presteert. Daarbij gaat het specifiek om de isolatiegraad, de compactheid van het gebouw en de luchtdichtheid van muren, dak, vloer en ramen.
Een laag S-peil betekent dat de woning weinig warmte verliest en dus beter geïsoleerd is. Dit zorgt niet alleen voor een lager energieverbruik, maar ook voor meer comfort en een stabieler binnenklimaat.
Het S-peil focust dus vooral op de bouwkundige kwaliteit van de woning, terwijl het E-peil ook de technische installaties en energieproductie mee in rekening brengt.
En het K-peil?
Het K-peil was vroeger de standaard voor isolatie, maar is in nieuwbouw grotendeels vervangen door het S-peil. Het K-peil meet enkel de isolatiegraad, terwijl het S-peil breder kijkt naar de volledige energieprestatie van die schil inclusief compactheid, oriëntatie en zonnewinsten. Bij oudere dossiers of bepaalde renovaties kom je het nog tegen. Ook in Wallonië geldt het K-peil nog als globale indicator voor de isolatie van de bouwschil.
U-waarden (warmtedoorgang)
De U-waarde geeft aan hoeveel warmte een constructiedeel (dak, muur, vloer, raam) doorlaat.
Hoe lager de U-waarde, hoe beter het element is geïsoleerd. De EPB-regelgeving legt maximale U-waarden op per bouwdeel.
Ventilatie-eisen
EPB gaat niet alleen over energie besparen, maar ook over een gezond binnenklimaat. Daarom bevat de regelgeving verplichte ventilatie-eisen die ervoor zorgen dat er voldoende verse lucht in de woning binnenkomt en vervuilde of vochtige lucht wordt afgevoerd.
Die eisen worden uitgedrukt in minimale ventilatiedebieten per ruimte (zoals slaapkamers, leefruimtes en badkamers) en hangen af van het type ventilatiesysteem.
Oververhittingsindicator
Sinds enkele jaren houdt EPB ook rekening met het risico op oververhitting. De binnentemperatuur moet immers ook tijdens warme periodes comfortabel kunnen blijven. Dit kan door maatregelen zoals buitenzonwering, nachtventilatie, voldoende thermische massa of een doordachte oriëntatie van ramen.
Aandeel hernieuwbare energie
Voor nieuwbouwwoningen is het verplicht om een minimum aan hernieuwbare energie te voorzien. Dat betekent dat een deel van het energieverbruik moet worden opgewekt via duurzame bronnen zoals zonnepanelen, een zonneboiler, een warmtepomp of aansluiting op een warmtenet. Dit aandeel wordt binnen EPB uitgedrukt als een minimumproductie in kWh per vierkante meter bruikbare vloeroppervlakte.

Primair energieverbruik
Het primaire energieverbruik (kWh/m² per jaar) speelt daarin ook een rol. Dit slaat op het totale energieverbruik van een woning, inclusief de energie die nodig is om brandstoffen of elektriciteit te produceren en te transporteren.
Niet enkel wat je thuis verbruikt wordt onder de loep genomen, maar ook de impact van de gebruikte energiebron. Elektriciteit uit het net heeft bijvoorbeeld een andere primaire factor dan energie uit je zonnepanelen. Door dit mee te nemen, stimuleert EPB het gebruik van duurzame en efficiënte energievoorzieningen.
In Vlaanderen wordt dit doorvertaald binnen het E-peil, Brussel en Wallonië leggen hiervoor specifieke normen op.
Energiebehoefte (netto verwarmingsvraag)
Naast het E-peil kijkt EPB ook naar de energiebehoefte van een woning (ook uitgedrukt in kWh/m² per jaar): hoeveel energie er theoretisch nodig is om de woning comfortabel te verwarmen, los van de gekozen installaties. Dit zegt vooral iets over de kwaliteit van de gebouwschil en de mate waarin warmteverlies beperkt wordt. Een woning met een lage energiebehoefte heeft doorgaans betere isolatie, minder koudebruggen en een efficiënter ontwerp.
Deze indicator toont dus hoe zuinig een gebouw op zichzelf is, nog vóór je rekening houdt met technieken zoals warmtepompen of zonnepanelen. Er is hier een zekere overlap met het S-peil, maar waar het S-peil vooral de kwaliteit van de schil als ontwerpindicator beoordeelt, geeft de energiebehoefte aan hoeveel warmte de woning effectief nodig heeft om op temperatuur te blijven.
Met andere woorden: het S-peil kijkt naar de bouwkundige prestaties, de energiebehoefte vertaalt dat naar een theoretische verwarmingsvraag.
Ook hier geldt: Vlaanderen rekent dezelfde parameters door, maar normeert ze via het E- en S-peil in plaats van via afzonderlijke kWh/m²-grenswaarden zoals in Brussel en Wallonië.
Installatierendementen
Een EPB-verslaggever beoordeelt ook hoe efficiënt de technische installaties in een woning functioneren. Het gaat dan om het rendement van het verwarmingssysteem, de efficiëntie van de productie van sanitair warm water en de prestaties van ventilatiesystemen.

EPB-eisen voor nieuwbouwwoningen in Vlaanderen
- E-peil: een nieuwbouwwoning moet een maximaal E-peil van E30 halen.
- S-peil: mag niet meer dan S28 bedragen.
- Er bestaat een compensatieregel: een iets hoger S-peil (zoals S29 - S31) kan worden toegestaan als het E-peil dan nog lager is (bijvoorbeeld E20 of lager). Dit biedt ontwerpflexibiliteit zolang de energieprestatie goed is.
- U-waarden: alle constructiedelen (dak, muur, vloer, ramen, deuren) moeten voldoen aan maximale U-waarden voor isolatie (zie tabel hierboven).
- Minimaal aandeel van hernieuwbare energie: nieuwbouwwoningen moeten een minimum aan hernieuwbare energie leveren (en gebruiken). De eis is minstens 15 kWh per m² per jaar aan hernieuwbare energieproductie.
- Ventilatie en binnenklimaat: er zijn verplichte ventilatievoorzieningen (mechanisch of voldoende natuurlijke toevoer/afvoer) om een gezond binnenklimaat te garanderen. Ook moet het risico op oververhitting worden beperkt volgens EPB-indicatoren.
- Installatie-eisen: technische systemen moeten efficiënt zijn:
- lage temperatuurverwarming is verplicht: de ontwerptemperatuur van het verwarmingssysteem mag meestal maximaal 45 °C zijn.
- Voor systemen met watertransport (radiatoren, vloerverwarming) moet het installatierendement minimaal 130% zijn, waardoor klassieke ketels minder geschikt zijn en systemen zoals warmtepompen vaker nodig zijn.
Vlaanderen: geen fossiele gasaansluiting
In de praktijk worden gasaansluitingen in Vlaanderen bij nieuwbouwwoningen niet langer toegestaan; verwarmingssystemen worden op hernieuwbare energie (warmtepomp, warmtenet) gebaseerd.
EPB-eisen voor ingrijpende energetische renovaties
Concreet: wat is een ingrijpende energetische renovatie?
Ook bij grote renovatieprojecten kunnen specifieke eisen gelden. In Vlaanderen spreekt men dan van een ingrijpende energetische renovatie (IER). Dat is een renovatie waarbij zowel de gebouwschil als de technische installaties grondig worden aangepakt, met als doel de woning drastisch energiezuiniger te maken. Een renovatie wordt beschouwd als een ingrijpende energetische renovatie wanneer je aan twee voorwaarden tegelijk voldoet:
- Je vervangt minstens één installatie volledig, zoals de verwarming, koeling, sanitair warm water of ventilatie.
- Je isoleert minstens 75% van de bestaande gebouwschil, bijvoorbeeld door dak, buitenmuren, vloeren en ramen grondig te vernieuwen of na te isoleren.
Wat is een IER níét?
Niet elke renovatie valt automatisch onder deze categorie. Een renovatie is géén ingrijpende energetische renovatie wanneer:
- je enkel ramen vervangt zonder grote isolatiewerken,
- je enkel de verwarmingsketel vernieuwt,
- je een badkamer of keuken renoveert,
- je slechts een beperkt deel van de woning isoleert,
- je geen volledige technische installaties vervangt.
Kleinere of gedeeltelijke renovaties kunnen wel EPB-plichtig zijn, maar vallen dan onder mildere renovatie-eisen, niet onder het IER-kader.
Welke EPB-eisen gelden bij een ingrijpende energetische renovatie?
Bij een IER gelden strengere eisen dan bij een gewone renovatie, maar minder streng dan bij volledige nieuwbouw. De woning moet na de renovatie voldoen aan een pakket energieprestatievoorwaarden.
- E-peil: het E-peil mag maximaal E60 bedragen.
- U-waarden: elk vernieuwd constructiedeel (dak, muur, vloer, ramen) moet voldoen aan de maximale U-waarden, zoals aangegeven in de tabel.
- Minimaal aandeel van hernieuwbare energie: jaarlijks moet minstens 20 kWh/m² hernieuwbare energie geproduceerd worden via een hernieuwbare energiebron
- Ventilatievoorzieningen verplicht: ook bij renovatie moet een gezond binnenklimaat gegarandeerd blijven met minimale ventilatie-eisen. Omdat je de woning veel luchtdichter maakt door isolatie en/of nieuwe ramen, wordt een gecontroleerd ventilatiesysteem meestal noodzakelijk om aan de eisen te voldoen. Bij gewone renovaties (enkel vervangen van ramen) volstaan vaak ventilatieroosters of toevoeropeningen in droge ruimtes.
- Beperking van oververhitting: de woning moet maatregelen nemen om oververhitting te vermijden.
- Installatie-eisen: er geldt geen vaste rendementsgrens zoals bij nieuwbouw, maar installaties moeten voldoen aan minimale prestatie-eisen, waardoor warmtepompen vaak de beste oplossing zijn.
Tip
We behandelen hier de EPB-eisen voor nieuwe bouwaanvragen anno 2026, maar welke EPB-eisen precies gelden, hangt altijd af van het jaar van de vergunningsaanvraag en de aard van de werken. Daarom is het verplicht om ook bij een IER een erkende EPB-verslaggever aan te stellen die de berekeningen uitvoert en de EPB-aangifte indient.

Hoe gaat een EPB-aangifte in zijn werk?
De EPB-aangifte verloopt in verschillende stappen en start al vóór de werken beginnen.
Startverklaring opstellen
Zodra een nieuwbouw of EPB-plichtige renovatie vergund wordt, moet de bouwheer een erkende EPB-verslaggever aanstellen. Die volgt het volledige EPB-traject op en zorgt ervoor dat het project voldoet aan de geldende energieprestatie-eisen. De verslaggever adviseert ook over mogelijke verbeteringen om aan de EPB-eisen te voldoen.
Nog vóór de werken van start gaan, maakt de EPB-verslaggever op basis van de plannen en technische keuzes een eerste berekening. Hij dient ook een officiële startverklaring in.
In deze fase speelt de architect vaak een belangrijke rol, omdat ontwerpkeuzes rond isolatie, ventilatie, oriëntatie en technieken een directe impact hebben op het uiteindelijke E- en S-peil.
Bewijsstukken en gegevens verzamelen
Tijdens de uitvoering van de werken moeten de juiste gegevens en bewijsstukken verzameld worden. Als bouwheer ben je verantwoordelijk voor het aanleveren van facturen, technische fiches, foto’s en attesteringen van materialen en installaties. Ook aannemers en installateurs leveren hierbij cruciale informatie, zodat de verslaggever correct kan aantonen wat er effectief geplaatst is.
Na de werken
Pas wanneer de woning volledig afgewerkt is, stelt de EPB-verslaggever de eindberekening op en dient hij de officiële EPB-aangifte online in bij het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap (VEKA), bij Leefmilieu Brussel of bij SPW Énergie (Waalse overheid). Dit moet meestal binnen de zes maanden na de beëindiging van de werken gebeuren. De aangifte vormt het formele bewijs dat het gebouw voldoet aan de EPB-eisen en het vereiste E-peil.
Het is belangrijk dat de EPB-aangifte nadien minstens tien jaar bewaard blijft. Ze kan bij latere controles of bij verkoop van de woning dienen als administratief bewijs van de energieprestatie en de naleving van de regelgeving.
Wat als je niet voldoet aan de EPB-verplichtingen?
Wie niet voldoet aan de EPB-verplichtingen kan sancties krijgen. Dit kunnen administratieve boetes zijn voor: het niet behalen van de EPB-eisen of het niet tijdig of correct indienen van de EPB-aangifte. Hoe groter de overtreding, hoe hoger de boete.

EPB-beleid in Brussel en Wallonië
Hoewel EPB in heel België staat voor Energieprestatie en Binnenklimaat, is de regelgeving niet overal dezelfde. Energiebeleid is een bevoegdheid van de gewesten, waardoor Vlaanderen, Brussel en Wallonië elk hun eigen EPB-eisen, procedures en berekeningsmethodes hanteren.
EPB in Brussel
Ook in Brussel is een energieprestatie-aangifte verplicht voor projecten waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. De bouwheer moet een erkende EPB-verslaggever aanstellen die het dossier begeleidt, berekeningen uitvoert en de uiteindelijke aangifte indient. Net zoals in Vlaanderen start het traject vóór de werken, worden bewijsstukken verzameld tijdens de uitvoering, en volgt een eindverklaring na voltooiing.
Verschil met Vlaanderen
Hoewel de technische basis van de EPB-regelgeving in Brussel sterk aansluit bij Vlaanderen, met vergelijkbare eisen rond isolatie, ventilatie en hernieuwbare energie, verschilt vooral de manier waarop de prestaties worden uitgedrukt en opgevolgd. Brussel werkt met een eigen EPB-kader.
Dit zijn de voornaamste indicatoren:
- Het E-peil en S-peil worden respectievelijk benoemd als Ew (energieprestatie) en Es (schilprestatie), binnen dezelfde EPB-methodiek. De onderliggende principes zijn vergelijkbaar, maar in Brussel zijn er geen expliciete grenswaarden zoals in Vlaanderen. Hier worden er wel grenswaarden toegekend aan het primair energieverbruik.
- Maximaal primair energieverbruik: voor een nieuwbouwwoning geldt een maximaal totaal primair energieverbruik van 45 kWh/m² per jaar, voor een gelijkwaardige renovatie is dat max. 54 kWh/m² per jaar en voor een grote renovatie (niet gelijkwaardig aan nieuwbouw) max. 150 kWh/m² per jaar.
- Netto energiebehoefte voor verwarming: dit is het energiegebruik dat nodig is om de woning op temperatuur te houden en mag niet meer bedragen dan 15 kWh/m² per jaar, voor een gelijkwaardige renovatie is dat max. 18 kWh/m² per jaar.
- U-waarden: in Brussel gelden dezelfde maximale U-waarden voor daken, muren, vloeren en ramen als in Vlaanderen.
- Ventilatie en oververhitting: nieuwbouwwoningen en gelijkwaardige renovaties moeten ook voldoen aan eisen rond beperking van oververhitting in de zomer en minimale ventilatiedebieten en ventilatievoorzieningen.
- Thermische zonnepanelen moeten uitgerust zijn met verbruiksmeters.
Uiterlijk op 1 januari 2033 moeten alle woningen voldoen aan de PEB 275-doelstelling, oftewel een maximaal totaal primair energieverbruik van 275 kWh/m² per jaar hebben, wat momenteel overeenkomt met energieklasse E.
Ook voert Brussel eigen beleidsaccenten door, zoals het verbod op nieuwe aardgas- en stookolieketels in nieuwbouw sinds 1 januari 2025.

EPB in Wallonië
Voor nieuwbouw en bepaalde zware renovaties is ook in Wallonië een EPB-aangifte verplicht. De bouwheer stelt een erkende PEB-verantwoordelijke aan die instaat voor de energieprestatieberekeningen, het opvolgen van de uitvoering en het indienen van de aangifte na de werken. Ook hier gebeurt dit in fases: een startdossier vóór de werken, opvolging tijdens de uitvoering en een eindverklaring na oplevering.
Verschil met Vlaanderen
Hier zijn er meer uitgesproken verschillen met Vlaanderen. Dit zijn in Wallonië de voornaamste indicatoren voor een EPB-aangifte
- Quasi-Zero Energie-norm (Q-ZEN): Voor nieuwbouw geldt dat het gebouw nagenoeg geen primaire energie mag verbruiken, wat betekent dat de netto-energiebehoefte én het primaire energieverbruik substantieel beperkt worden. Dit is vergelijkbaar met BEN-normen in Vlaanderen.
- Ew en Espec: Het resultaat van de EPB-berekening voor een woning wordt uitgedrukt aan de hand van drie hoofdindicatoren: het E-peil (Ew) en het specifiek energieverbruik (Espec), uitgedrukt in kWh/m² per jaar, voor verwarming, warm water, ventilatie.
- Voor het Ew wordt een grenswaarde gehanteerd van max. E45 voor nieuwbouw.
- Espec komt inhoudelijk het dichtst in de buurt van het specifieke primaire energieverbruik per m² dat ook in Vlaanderen wordt berekend binnen EPB, al wordt daar vooral het E-peil als centrale score gebruikt. Het Espec mag max. 85 kWh/m² per jaar bedragen.
- U-waarden: in Wallonië gelden dezelfde maximale U-waarden voor daken, muren, vloeren en ramen als in Vlaanderen en Brussel.
- K-peil: in Wallonië wordt naast U-waarden ook nog gewerkt het K-peil als globale indicator voor de thermische kwaliteit van de bouwschil : hoe lager, hoe beter geïsoleerd. Voor nieuwbouwwoningen geldt daarbij een maximale grenswaarde van K35.
- Minimaal aandeel hernieuwbare energie: Vanaf 2026 moeten nieuwbouwwoningen minstens 35% van zijn energie uit hernieuwbare bronnen halen.
- S-indicator (oververhitting/surchauffe): In Wallonië verwijst de S-indicator naar het risico op oververhitting. Deze beoordeelt of of er voldoende maatregelen zijn zoals zonwering of nachtventilatie.
- V-indicator (ventilatie): de V-indicator slaat op de ventilatie-eisen en geeft aan of de woning voldoet aan de minimale ventilatievoorzieningen en luchtdebieten
